Haarlemse stadsglossy

van popmuziek naar politiek

90

Popjournalist John Oomkes van Haarlems Dagblad heeft de pensioen­gerechtigde leef­tijd bereikt. Maar hij gaat niet bij de pakken neer­zitten. Er is nog veel te doen in zijn leven Оn in zijn stad. Haarlemse stads­glossy sprak met hem over alle artiesten die hij inter­viewde en over zijn nieuwe uitdaging: de Haarlemse politiek…

‘De stad Haarlem is mooi, maar het kan nog veel beter. En daar ga ik me voor inzetten’

Groots, hartelijk en ruim is de ontvangst in zijn grote heren­huis. En wat opvalt is dat zijn huis, zoals gedacht, niet volhangt met memora­bilia en foto­lijsten van al die artiesten die hij geïnterviewd heeft in zijn lange carrière. Boeken en cd’s van zijn favorieten staan en liggen her en der netjes geordend langs de kant van de woon­kamer. Een paar portretten hangen aan de muur. “Ik heb lang niet alles opgehangen, dan wordt mijn huis zo vol en onleef­baar. Het lijkt dan wel een filatelie­collectie van de pop­journalist en dat wil ik niet. Er wonen ook nog anderen bij mij in huis.” John Oomkes is ruim veertig jaar pop­journalist geweest. Hij schreef voor­namelijk voor Haarlems Dagblad, maar ook voor andere muziek­bladen in het land. Sinds kort is John met pensioen. En na een leven lang artiesten interviewen en met hen mee op reis vond John het tijd om verder te werken aan zijn politieke ambities. “De stad Haarlem is mooi, maar het kan nog veel beter. En daar ga ik me voor inzetten.”

ENTREE IN DE POPJOURNALISTIEK

“Ik was al heel vroeg behept met de liefde voor plaatjes. Ik was ongeveer twaalf jaar toen ik al spaarde voor platen. Mijn eerste langspeel­plaat was Revolver van The Beatles uit 1966. Ik ben een ongelooflijke Beatles-verzamelaar. In mijn carrière als pop­journalist heb ik twee Beatles mogen interviewen. George Harrison heb ik gesproken in het Amsterdamse Okura en Paul McCartney in een opname­studio in Nederland. Ook Beatles-producer George Martin heb ik geïnterviewd in Londen en Yoko Ono in New York.

Als jongere was ik al van mening dat, als je wat wilt, je er zelf ook wat aan moet doen. Zelf actief worden. Politiek actief worden, bijvoorbeeld. Zo zorgde ik samen met leeftijds­genoten dat er in Schalkwijk een jongeren­centrum kwam, een pop­podium Tioli, maar ook een discussie­centrum in de Amsterdamsebuurt. Hier leerde ik omgaan met politiek bedrijven. Dat deed ik toen al. Met een aantal mensen uit dat circuit hebben we het Patronaat opgezet. Ik achter de schermen en zij publiekelijk op de barricades. In 1975 stapte ik naar de krant met de vraag waarom er nooit werd geschreven over bands die wij programmeerden. Ze vroegen mij om dat zelf te doen. En dat deed ik. Binnen een halfjaar schreef ik over allerlei stijlen muziek en ik ben er nooit meer weggegaan.”

In zijn ruim veertig­jarige loopbaan als journalist zijn alle groten wel een keer aan hem voorbij gekomen. Of hij aan hen. “David Bowie heb ik vier keer gesproken. De eerste keer dat ik hem sprak was de laatste keer dat ik nerveus was voor een interview. Iemand is dan zo’n grote held, dan sta je er toch anders tegenover. Ik kreeg een kwartier voor hem, dat werden 22 minuten in een Amsterdams hotel. Je komt binnen bij hem, hij zit er dan al. Heel spannend allemaal. Daarna heb ik hem nog een paar keer ontmoet en was ik veel relaxter.”

WORKSHOP INTERVIEWTECHNIEKEN

Maar wat vraag je nou aan een beroemd­heid als een Beatle of een Bowie? John geeft een korte work­shop interviewen. “Als je een beroemd­heid interviewt kun je een aantal fouten maken. De tijd die je krijgt om iemand te spreken is hooguit een halfuur en als het goed gaat soms een uur. Ga er dan niet vanuit dat er een vat met feiten en informatie tegenover je zit dat je zomaar kunt laten leeglopen. Nee, je moet kiezen! Je kunt niet hun hele carrière bespreken in dat korte tijds­bestek. Maak een combinatie van een moment­opname en een typering. Vraag jezelf eerst af waar de artiest op dit moment staat. Maar bepaal ook: wie zie je tegenover je zitten? Klopt hetgeen dat wat hij zegt, met wie hij wil zijn? Dát zijn de opgaven van een journalist. Niet te veel in voetnoten en anek­doten duiken. Vorm jezelf een mening over degene die tegenover je zit. Het woord zegt het eigenlijk al: ‘inter’ is een wissel­werking en ‘view’ is een blik, een mening die je hebt over de ander. Het is wederzijds. Als je dat niet kan, kun je dus ook geen goed vraaggesprek hebben.”

GEEN GEMAKKELIJK GESPREK

John vertelt over artiesten die hij geïnterviewd heeft met wie het niet altijd even gemakkelijk was om een vraag­gesprek te hebben. Lou Reed bijvoor­beeld. De New Yorkse zanger was op reis door Europa in de jaren’ 80 en was een van de eersten die via zijn computer kon inloggen via een telefoon­lijn in zijn ’motherload’ in New York. Maar vlak voor binnen­komst van de pop­journalist, ging er van alles mis met de verbinding. Ter plekke moest John zijn plan aanpassen. “Ik gooide wat ik had voorbereid overboord en besloot een verhaal te maken over de situatie waarmee ik geconfron­teerd werd. Om zo een andere kant van Lou Reed te zien. Wat gebeurt er met die man? Waarom zie ik hem in een onge­bruikelijke staat aan het werk? Ik wilde en kon niet negeren wat er gebeurde en maakte gebruik van die situatie. Hij kreeg zo dus de mogelijkheid om zijn gal te spuwen en tot zichzelf te komen. Dat werd een mooi verhaal.”

RELATIE OPBOUWEN MET DE ARTIESTEN

Vaak gebeurt het dat een pop­journalist een persoon­lijke band opbouwt met artiesten als ze elkaar vaker gesproken hebben. Zo ook bij John die veel artiesten tot zijn kennissenkring mag rekenen. “Ze herkennen je op een gegeven moment en vertrouwen je dan meer informatie toe. Soms word ik door hen zelf gebeld. Lou Reed heb ik vijf keer gesproken. Hij gaf daarnaast bood­schappen door via een tussen­persoon. Elvis Costello heb ik acht keer geïnterviewd. Een echte muziek­vernieuwer. Hij was zo iemand die me belde om te vertellen dat hij met bepaalde muzikanten in een ander genre wilde werken. Ik kreeg dan een verzoek om dirigent Ed Spanjaard van het Limburgs Symfonisch Orkest te vragen of een bepaalde serie concerten van hem door zouden gaan. Ik had graag nog een aantal artiesten willen ontmoeten, maar de meeste daarvan zijn helaas overleden.

‘De economie is heel anders ingericht door bijvoorbeeld het vele inkopen via internet, maar John blijft de Haarlemse markten trouw’

Miles Davis bijvoorbeeld. Hem heb ik wel live gezien en tijdens pers­conferenties ontmoet, maar dat laatste zetje kwam er niet van”, betreurt John.

VAN DE POPMUZIEK NAAR DE POLITIEK

En nu? Op je lauweren rusten? “Nee, zeker niet. Ik ga het niet kalm aan doen, dat vind ik onzin. Als ik me een uurtje verveel, duik ik meteen een studie in. Ik kan niet niksen. Ik ben nu 65, waarom zou ik dan niets doen?” Zoals eerder vermeld heeft John politieke aspiraties. Begonnen in zijn jeugd tijdens het jongerenwerk in Schalkwijk, staat hij nu op de lijst van de PvdA voor de gemeente­raads­verkiezingen in Haarlem. “Ik wil in de gemeente­raad als sociaal democraat actief zijn voor cultuur en onderwijs. De cultuur­sector als geheel is een belangrijke werk­verschaffer. We hebben een groot aanbod in de stad met grote en populaire podia. Haarlem bloeit wat dat betreft. Dat komt omdat er veel mensen werken met een visie. Toneelschuur, Schouwburg en ook het Patronaat. De podia zouden echter een veel gedurfder aanbod moeten krijgen, en dan bedoel ik de schouwburg en de Philharmonie. En ze zouden vaker open moeten.”

CULTUUR IS GOED VOOR DE STAD

De economie is inmiddels heel anders ingericht door bijvoor­beeld het vele inkopen via internet, maar John blijft de Haarlemse markten trouw. “Tegenwoordig is er een ander soort bedrijvigheid. De meeste banen zijn nu ook te vinden in het onderwijs, de cultuur, de recreatie en het uitgaans­leven. Haarlem is een ongelooflijke horeca­stad geworden met duizenden mensen die er werkzaam zijn. Daar kunnen we ons als stad beter op concentreren. Op dátgene dat we te bieden hebben. En niet het zoveelste bedrijf naar Haarlem toe proberen te halen.”

John vindt dat er voldoende aan po­pmuziek te beleven is in de stad. “Ook op jazzgebied. Maar toch kan het beter, vind ik. Dit kan bijvoor­beeld gerealiseerd worden door zowel de podia als de amateur­ensembles te subsidiëren. Nu het beter met de economie gaat, moeten de sectoren die de afgelopen jaren hebben geleden weer op het oude niveau van voor de crisis terugkomen. Daar wil ik me voor inzetten.”

MOOIE VERHALEN

Omdat wij het toch niet kunnen laten hebben we toch wat anekdotes van John genoteerd. Gewoon omdat hij zoveel te vertellen heeft én omdat het mooie verhalen zijn. Zijn prettige interview met Tom Jones liep uit tot tweeëneen­half uur. “Tom liep na afloop mee naar de lobby om mijn vrouw te ontmoeten.” Het gesprek met Yoko Ono in New York had hij opgenomen om later uit te werken. “Daarna kreeg ik vinyl­fanaten achter me aan met het verzoek om het gesprek op vinyl uit te brengen. Dat heb ik natuurlijk niet gedaan, omdat ik met Yoko had afge­sproken dat mijn bewerking van haar verhaal alleen in geschreven vorm zou verschijnen.” Met Simple Minds is hij een week op tournee geweest door Ierland. Tijdens die reis met Jim Kerr belde John aan bij Bono, de zanger van U2. “In zijn huis hebben we tijdens die tour overnacht.” En met Annie Lennox van Eurythmics is John tijdens cd-opnames in Parijs op stap geweest. “Ze kreeg problemen met haar stem en ineens zat ik met haar bij de keelarts. Maar ook bij haar kapper.” En zo gaat het prettige gesprek nog heel lang door. Van het optreden van The Beatles in Blokker tot aan de foto met hem en Bonnie Raitt toe. Ik vroeg hem of hij van plan is zijn memoires te schrijven en uit te geven in boekvorm. Maar nee, dat zit er bij John niet in.