Waarderpolder, voor al uw woongenot

59

Lieve Patrick,

Graag richt ik het vizier op de unieke positie van het CDA bij de gemeente­raads­verkiezingen in Haarlem. De Haarlemse christen-democraten hebben daarbij een unique selling­point – een begerens­waardige positie in marketingtermen.

De partij van wethouder Merijn Snoek is de enige onder de grotere partijen die zich in de aanloop van 21 maart gekant heeft tegen woning­bouw in een deel van de Waarder- en Veerpolder. De meerder­heid van de Haarlemse partijen wil dat wel en voert daarbij aan dat er weer sprake is van (relatief) woning­nood is in Haarlem en dat als gevolg daarvan er een uit­stroom van veelal jonge Haarlemmers op gang gekomen is richting Noord-Holland boven het Noordzeekanaal.

Mijn partij, PvdA Haarlem, wil dat er wel woningbouw wordt gerealiseerd in een deel van de Waarderpolder. Recent sloot de Gemeente Haarlem onder meer met de Industriekring Haarlem een deal om woning­bouw ten noorden van station Haarlem-Waarderpolder op korte termijn mogelijk te maken.

Dat zal niet genoeg zijn. Bij de komende verkiezingen betogen alle partijen – ook die van Merijn Snoek – lippen­dienst aan het voornemen om snel meer huizen te bouwen binnen de gemeente­grenzen. Bovendien is er veel aandacht voor jonge woning­zoekenden, die het weer meer moeten hebben van sociale woning­bouw. Mijn club wil dus voor hen procen­tueel gezien meer doen en voorkomen dat de wacht­tijden voor een woning nog verder oplopen.

Als er in Haarlem de komende jaren ook plano­logische vooruit­gang geboekt wordt, dan is er meer mogelijk, en moet er ook aan de randen van de Waarder- en Veerpolder meer worden gedaan. Denk daarbij aan het doortrekken van de Prins Bernardlaan naar de Oudeweg en het afwaarderen van de Amsterdamsevaart tussen Prins Bernardlaan en de Kegge- en Stastokviaducten. Dan kan je in de strook tussen Zuiderpolder en de spoor­lijn bouwen en als gevolg daarvan het station daar opwaarderen. Goed voor Oost, prima voor de entree, een helpende hand naar woningzoekenden.

Het CDA Haarlem roept daarbij als enige dat het industrie­terrein industrie­terrein moet blijven. Heeft Merijn Snoek een punt?

Voor een deel wel. Je moet niet het hele industrie­gebied in de waag­schaal stellen. Je moet wel het belang van dat gebied voor de werk­gelegenheid durven relativeren. Om te beginnen is de arbeids­dichtheid ervan niet zo hoog. In de Waarder- en Veerpolder werken nog geen 15.000 mensen bij ongeveer 1100 bedrijven, terwijl de totale werk­gelegenheid in Haarlem vier keer zo hoog ligt. Bovendien is het begrip ‘industrie’ aan slijtage onder­hevig. Echte, zware industrie – de scheeps­werven, Droste en dergelijke – is Haarlem en Nederland allang uit.

Als gevolg daarvan zijn er nauwelijks nog bedrijven met meer dan 500 werk­nemers binnen de stad. Met als plezierig effect dat er ook minder vervuilende ‘industrie’ in de nabijheid is. Bovendien trekt de werk­gelegenheid letterlijk de oude stad weer in. Er zijn wel duizenden banen in de groeiende horeca, de vermaaks­industrie en de cultuur (in Haarlem ca. 2.750.000 betalende bezoekers per jaar) de zieken­huizen, het onderwijs en de toeristische sector. Het winkel­bestand trekt weer voorzichtig aan. Wel eens geteld hoeveel mensen aan het werk zijn op laptops in het groeiend aantal koffie­shops in de stad?

Voor een deel wil het CDA Haarlem gevestigde belangen verdedigen, zonder de werkelijkheid onder ogen te willen zien dat de Waarderpolder alleen kan floreren als een terrein van gemengde bedrijvig­heid. Is Ikea een voorbeeld van arche­typische industrie, of het vlees­geworden symbool van het belang van de woon­sector? Dat laatste natuurlijk. Een eigen (huur)huis, een plek onder de zon is ook in die zin een belangrijke banenmotor.

Ik pleit dus voor een verder opheffen van de status aparte van de Waarderpolder. Dat doe ik in de weten­schap dat je niet overal moet willen bouwen waar bedrijven zijn gevestigd. Aan de randen van dit gebied kun je wel degelijk tot een vermenging van wonen en werken overgaan, en al doende, een flink deel van de actieve woning­zoekenden in deze stad helpen.

Er zijn partijen – zoals Jouw Haarlem – die nog meer willen bouwen in Haarlem dan de 16duizend waar de PvdA voor pleit. Moussa Aynan wil daarbij onder meer gaan bouwen in delen van de Groene Rand rond de stad. Ik vind niet dat een zo ernstig probleem als de woning­nood alles heiligt. Leefbaar­heid is echter ook wat waard, de natuur ook, en dus denk ik daar anders over dan Jouw Haarlem.

De rand­gemeenten zullen echter ook het nodige moeten doen om de relatieve woning­nood in de regio het hoofd te bieden, en niet die vraag naar sociale woning­bouw afwentelen op de grote buur. Eerder deze week las ik in Haarlems Dagblad dat de VVD in Bloemendaal liever niet op Reinwaterpark wil bouwen voor mensen die afhankelijk zijn van sociale woningbouw.

De grond daar zou daarvoor te duur zijn.

Nonsens. De grond in de hele regio is goudgeld waard, zo leren de almaar stijgende huizen­prijzen. In de grond van de zaak gaat het om de vraag of je er als gemeente voor alle woning­zoekenden bent – ook voor de mensen met een beperkte portemonnee.

John Oomkes

Ps. O ja, Patrick. De VVD-buschauffeur. Aardige man, onconventio­nele denker. Ik had me graag een keer uit rijden mee laten nemen. In de bus dan.

Al staats­secretaris van justitie was Fred Teeven er mede verant­woordelijk voor dat het voor minder draag­krachtige mensen moeilijker werd een advocaat in de arm te nemen. Eerder, al in 2013, brak Jan Loorbach, landelijk deken van de Orde van Advocaten, daar tevergeefs een lans voor.

Bart van Tongeren van diezelfde orde hekelde Teevens voornemen om door bezuinigingen op de advocatuur de toegang tot het recht te beperken. Teeven verdedigde zich slechts door te zeggen dat hij zijn uitspraken in De Groene niet had geaccordeerd.